Categorieën
Uncategorized

Er is meer te winnen; train met je hart!

10-duizenden kersverse sportcarrières zijn begonnen. Sporten bij een sportclub kán een positieve bijdrage leveren aan de sociale en persoonlijke ontwikkeling van de jeugdige sporter. Maar het is naïef te denken dat dit vanzelf gebeurt. De sfeer die de trainer (coach, teamleider of begeleidende ouder) rondom de trainingen en wedstrijden creëert bepaalt in hoge mate of er sprake is van een sportklimaat waarbinnen kwaliteiten als zelfvertrouwen en sociaal gedrag zich kunnen ontwikkelen. Als clubbestuurder sta je niet zelf op het trainingsveld, maar ongetwijfeld heb je ideeën over het gewenste sportklimaat binnen jouw club en de bijdrage die jouw trainers daaraan kunnen leveren.

Het is zover

Het nieuwe sportseizoen is begonnen. Tienduizenden 6-, 7-, 8-jarigen gaan voor het eerst naar de sportclub: nieuwe pakjes, broekjes, shirtjes en soms hagelwitte schoenen. Op weg naar de club rust de vertrouwde hand van pa of ma nog op de schouder, maar als de trainer verschijnt rest pa en ma niets anders dan achter het hekje of in de kantine plaats te nemen of even boodschappen te doen in dit nieuw verloren uur.

Een nieuwe wereld

Zoon of dochter stapt onderwijl een nieuwe wereld binnen. Daar staat ie: de man of vrouw die de kersverse sporter gaat inwijden in de gebruiken, de omgangsvormen en de rituelen van de sport. De trainer, hij of zij, is op dat moment niets minder dan de belichaming van de betreffende sport en anders dan toch zeker van de club. De trainer weet immers hoe het hoort: Hoe gaan we hier met elkaar om? Wat doe je wel en wat doe je niet? Wat moet je doen om beter te worden? Wat doe je als het even tegenzit? En, om het beeldend te maken, wat doen we met de rondslingerende rommel?

Voorbeeldrol

De voorbeeldrol van de eerste trainer kan niet overschat worden. Velen hebben hun eerste trainer decennia later nog scherp op het netvlies. Niet alleen of ie wel of niet een glimmend trainingspak aan had, maar ook, juist ook, de toon die de trainer zette, de sfeer die hij creëerde en of je misschien zelfs af en toe een beetje bang voor hem was. Van iedereen die op de club rondloopt heeft alleen de trainer frequent en direct contact met de beginnende sporters. In groepsverband maar ook individueel: een extra aanwijzing, een aanmoediging, een compliment of een corrigerende opmerking. Een aai over de bol, een schop onder de kont en een welgemeend “tot volgende week”. De sfeer op de training én de klik met je trainer maakten of je op die momenten dacht ‘‘ja leuk, tot volgende week!” of “bekijk het maar, volgend jaar stop ik er weer mee”.

Een eigen ik

Naast deze spannende entree in de wereld van de sportclub, spelen op die leeftijd ook heel andere zaken. De 6-, 7-, 8-jarige wordt zich in de loop van deze jaren geleidelijk bewust van ‘de ander’. Hij ontdekt dat niet iedereen hetzelfde is: de een is mondig en ad rem, de ander is stil en verlegen; de een wil met volle overgave oefenen, de ander wil juist geintjes maken; de een wil de beste zijn, de ander vind het wel goed zo.

Deze ontdekking is welbeschouwd de ontdekking van zichzelf. Hij ontdekt een eigen ik, met kwaliteiten, eigenaardigheden en twijfels; en hij merkt dat ie zich op een of andere manier tot die ander moet verhouden. Hij moet wel, want de ander verhoudt zich ook tot hem. Spannend. Alle kinderen doorlopen deze fase. Het speelt thuis, op school, op straat en dus ook bij de sportclub. Waarom komt de een daar als een zelfverzekerd mannetje of vrouwtje uit te voorschijn en lijkt er bij de ander iets te knagen?

Sporten bij een sportclub kán een positieve bijdrage leveren aan de sociale en persoonlijke ontwikkeling van het kind. Dat hoeft nauwelijks betoog. Onderzoek toont dit ruimschoots aan. Maar onderzoek heeft ook geleerd dat sporten bij een sportclub ook een negatieve bijdrage aan de ontwikkeling van de jonge sporter kan leveren. Waar we hopen dat sporten de ontwikkeling van een positief zelfbeeld, respect voor anderen en sociaal gedrag bevordert, kan het evenzeer leiden tot een negatief zelfbeeld of een misplaatst superioriteitsgevoel.

Deze balans lijkt de laatste jaren de goede kant op te gaan. Steeds meer verenigingen werken bewust aan een verenigingsklimaat waarin sportiviteit & respect, sociaal welbevinden en plezier een centrale plaats hebben; en steeds meer trainers weten in hun training, coaching en begeleiding daar ook handen en voeten aan te geven. Gelukkig, want verreweg de meest invloedrijke factor op het sportklimaat van de club en het op welbevinden van de sporter is de persoon van de trainer. De sfeer op de club, de relatie met teamgenoten en de confrontatie met eigen sportkwaliteiten hebben uiteraard ook hun invloed, maar de doorslaggevende invloed gaat uit van degene die wekelijks voor de groep staat: de trainer, de coach, de begeleider van het team.

Het klinkt zwaar “Invloed op de sociale en persoonlijke ontwikkeling van het kind”. Je zou je club en je trainers er misschien liever niet mee willen belasten. Maar die invloed is er nu eenmaal; bewust of onbewust, direct of indirect en dus ook … ten goede of ten slechte.
Laat het op jouw club ten goede zijn. Daarvoor hoeven je trainers, coaches en teamleiders geen volleerd pedagoog te zijn. Welbeschouwd vraag je van je trainers slechts het volgende. Ten eerste: Wees je bewust van je voorbeeldrol en de belangrijke invloed van jouw gedrag op het sportklimaat. En ten tweede: Draag actief bij aan het creëren van een sociaal veilig, plezierig en positief sportklimaat van de club. Wellicht helpt het als je je trainers tips geeft:

  • Biedt structuur, wees duidelijk en maak heldere afspraken.
  • Structuur creëert ruimte!
  • Geef uitdagende oefeningen, net binnen het bereik van de volgende ontwikkelstap.
  • Wees positief, geef complimenten, benadruk wat goed gaat. Het kind ervaart groei.
  • Wees duidelijk als afspraken niet worden nagekomen. Spreek het kind er op aan.
  • Tolereer het niet als er gepest, geïntimideerd of geroddeld wordt. Respect voor verschillen!
  • Werk aan een relatie van respect en vertrouwen. Kom je eigen afspraken na.
  • En nogmaals: Wees positief, geef complimenten, benadruk wat goed gaat. Het kind ervaart groei.

Het rijtje wordt al wat lang, te lang wellicht. Het kan bondiger. Veilig Verkeer Nederland hangt aan het begin van het nieuwe schooljaar bij drukke kruispunten in de buurt van scholen, elk jaar opnieuw de posters en spandoeken weer op. De boodschap is duidelijk “De scholen zijn weer begonnen; Rij met je hart”. Daarnaast een haastig fietsend scholiertje getekend, vrolijk en onbevangen. Je ziet de parallel. Op een goede dag hangen, aan het begin van een nieuw sportseizoen, bij de ingangen van sportparken, sporthallen, zwembaden en clubgebouwen spandoeken en poster die verdacht veel weg hebben van de vertrouwde posters. De tekst is iets anders: “Er is meer te winnen; Train met je hart”. Bondiger kan niet.

Bron: TV-Sportplezier